Hart van Sluis

 

De burgemeesterswoning van oud-burgemeester van Hootegem: Een mooi en statig huis dat staat op hoek van de Groote Markt en de Vrijstraat.

Het huis is na het stadsbombardement in de oorlog en de bevrijding in 1945 noodgedwongen gerestaureerd. Een groot gedeelte van dit oorspronkelijke huis is nog steeds herkenbaar in 't Hart van Sluis.

Begin 90er jaren is de laatste bewoonster verderop gaan wonen en kwam de burgermeesterswoning leeg. Een Sluisse ondernemer, bakkerszoon uit het Westland, zag zijn kans schoon en heeft de woning gekocht om er een taveerne te starten. De gevels zijn toen in de authentieke sfeer gerenoveerd, maar daarachter is het gebouw flink uitgebreid. Na een "fusie" met de woning op nummer 10 is 't Hart van Sluis geworden zoals vandaag te zien is.

Hiermee is een droom uitgekomen voor die ondernemer, Aad Scholtes. Met de jaren is zijn zaak uitgegroeid tot een druk, geliefd, florerend en kloppend 'hart' van Sluis.

Vanaf 2007 heeft hij aan Marco Hoogesteger, een vroegere medewerker uit de "scholtes-school", zijn zaak overgelaten.

17_18-11-2009_7298.jpg

Sluis

 

Sluis is vermoedelijk omstreeks 1280 gesticht door de Vlaamse graaf Jan I van Namen en had van oorsprong de naam Lamminsvliet. In 1324 kreeg Sluis echter zijn huidige naam.
De stad heeft haar ontstaan te danken aan het verzanden van het Zwin. Hierdoor werd de rechtstreekse verbinding van de belangrijke handelsstad Brugge met de zee geblokkeerd en werd Sluis de belangrijkste voorhaven van Brugge. In 1290 kreeg het dorp al stadsrechten en door haar strategische ligging werd de stad in 1382 een vestingstad. In 1340 had in de monding van het Zwin reeds de Slag bij Sluis plaatsgevonden die de opmaat tot de Honderdjarige Oorlog vormde. In 1385 werd gestart met de bouw van het Kasteel van Sluis, dat tijdens de Franse inval in 1794 zwaar beschadigd werd en definitief gesloopt in 1820.

Vanaf 1387 was Sluis de belangrijkste Bourgondische vloothaven. Op 7 januari 1430 vond hier het huwelijk plaats tussen Filips de Goede en Isabella van Portugal. Dit gaf het belang van de stad in die tijd weer. De bloeitijd van Sluis duurde tot ongeveer 1450, waarna een snel verval intrad ten gevolge van de verzanding van het Zwin.

Ook tijdens de Tachtigjarige Oorlog oorlog speelde Sluis een belangrijke rol als vestingstad. In 1587 veroverde de hertog van Parma de stad. In 1603 vond een Zeeslag bij Sluis plaats. De Spaanse bezetting duurde tot 1604 toen de Spanjaarden de stad verlieten waarna Prins Maurits de stad in bezit kreeg. Uit deze episode stamt het verhaal van Jantje van Sluis.

Hoewel de stad en omgeving nadien nog een rol speelde in de Staats-Spaanse Linies was het verder slechts een onbetekenend stadje geworden. Op 27 juli 1794 begon een beleg door de Fransen. Op 25 augustus van hetzelfde jaar gaf de stad zich over, mede door ziekte van de verdedigers.

In 1858 kwam de Damse Vaart gereed, waardoor schepen van Sluis naar Brugge konden varen. In 1940 werden echter de sifons van het Leopoldkanaal en het Kanaal van Schipdonk verwoest en nimmer hersteld, waardoor de scheepvaart over de Damse Vaart onmogelijk was geworden.

In het begin van de 20e eeuw kwamen diverse Franse kloosterorden naar Sluis, en familiebezoek aan leerlingen die op internaten zaten werd de oorzaak van het feit dat de winkels vanaf 1908 ook op zondag geopend werden, wat zo bleef en geleidelijk aan steeds meer Belgisch winkelpubliek trok.

Als gevolg van geallieerde bombardementen op 11 oktober 1944 tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd Sluis grotendeels verwoest. Daarbij kwamen 61 mensen om. De Duitsers die zich op en in de omwalling hadden verschanst bleven ongedeerd. Op 1 november 1944 werden dezen aangevallen door het Canadese North Shore Regiment en gaven zich uiteindelijk over, waarmee Sluis was bevrijd. Na de oorlog werd de stad herbouwd in traditionalistische stijl.